In onze reeks over verdienstelijke fokkers gingen we in EquiTime oktober op de koffie bij de 91-jarige Jacques Vanmaercke. Een ietwat atypisch verhaal want Jacques is niet alleen fokker, maar geniet ook veel aanzien en bekendheid als voormalig hengstenhouder. Eind de jaren ‘70 richtte hij op een hofstede in Tiegem ’t Hof Van Het Hellebos’ op, met zicht op het achterliggend Hellebos. Op zijn hoogtepunt baatte hij zeven hengsten uit. De aimabele Jacques is een begenadigd spreker. We laten u meegenieten van zijn verhalen.
Tijdens zijn legerdienst was hij officier. Daarna stapte hij in het familiebedrijf. Hij verdiende zijn boterham met wasmachines en exporteerde o.a. naar Iran. De West-Vlaamse nijveraar stelde op een bepaald moment 140 mensen te werk. Een wijzigende afzetmarkt (o.a. door de opkomst van Khomeini in Iran) noopte Jacques tot het neerleggen van de boeken. Elke werknemer en leverancier werd netjes betaald, zoals het een man met aanzien betaamt. “Organiseren en ondernemen zaten in mijn vingers. Ik was streng en rechtlijnig.” Dankzij deze en nog enkele andere kwaliteiten heeft Jacques zich kunnen opwerken, o.a. tot ondernemer, voorzitter van twee jachtclubs en nationaal bestuurslid bij BWP. “Ik was gewestelijk (BWP-Geluwe) en provinciaal (West-Vlaanderen) bestuurslid. Ik zetelde via een commissie ook jarenlang in het nationaal bestuur, waarin ik niet alleen de belangen van hengstenhouders verdedigde, maar vooral opkwam voor het algemeen belang. In deze commissie werden veel zaken besproken en beslist. Ik heb verscheidene initiatieven gepromoot, zoals de Klassieke Cyclus en gesprekken voeren met het SBS. Voor de eerste catalogus van de Cyclus had ik 100.000 BEF sponsoring bijeengekregen.”
Gezonde principes
Wat betekent BWP in jouw leven? “Ik ben erin gerold via een goede kameraad, Marc Vantieghem. BWP heeft het ver gebracht. De beste springpaarden in de wereld zijn BWP’ers. Het stamboek hanteerde gezonde principes. Toen ik Daniël van de Sompele leerde kennen, zei hij ‘we hebben Normandische en Duitse hengsten. We gaan er een mix van maken’. Dat was een zeer goed idee, net zoals het keuren op vermogen. Mocht BWP hengsten gekeurd hebben op compleetheid (dus exterieur, bewegingen, correctheid en vermogen), dan zouden bepaalde topverervers nooit goedgekeurd geweest zijn.”
Hoe ben je in de paardenwereld terechtgekomen? “In de buik van mijn moeder. Ze was een dochter van een brouwer, die zijn paarden inzette voor het vervoer van dranken. Hij had ook een sulky en een ‘loper’. Mijn moeder mocht het paard inspannen. Ze was een grote liefhebber. Tijdens mijn jeugdjaren verbleef ik tijdens de schoolvakanties bij een landbouwer uit de buurt. Wist je dat ik op 11-jarige leeftijd het land bewerkte met drie paarden? Telkens ik op een boerderij kwam, was het opzoeken van de paardenstal het eerste wat ik deed. Niet de koestal! Op veel latere leeftijd ben ik beginnen paardrijden. Ik heb in LRV-verband dressuur gereden. Ik had toen al de hofstede gekocht waar ik nu nog steeds woon. De boer, die ook van paarden hield, mocht van mij op de hofstede blijven wonen, zonder huur te moeten betalen. Wanneer hij met pensioen ging, vroeg hij wat ik met de weilanden zou doen. Ik antwoordde dat ik de 3,5 hectaren zou laten omheinen en schapen zou houden. Enkele dagen later zei hij ‘de schapen zullen voortdurend blaten, waarom geen paarden houden? Koop er enkele, ik zal ze verzorgen’. Dat kwam goed uit want na het faillissement van mijn bedrijf wou ik niet bij de pakken blijven zitten. Op de hofstede kon ik mijn ondernemerschap verderzetten, deze keer in de paardenwereld. Via een bevriend notaris kocht ik in een manege in Bellegem een drachtige merrie. Ik werd eigenaar van een merrie en zes weken later van haar veulen. Een landbouwer die mijn omheining plaatste, adviseerde mij om een tweede veulen te kopen. Zo gezegd, zo gedaan. Bij een kameraad kocht ik een merrie die geregeld won op de provinciale prijskamp. Op korte tijd had ik dus twee merries en twee veulens. Veel van mijn zelf gefokte merries wonnen vaak tijdens gewestelijke en provinciale prijskampen en zelfs op de nationale prijskamp. Ik heb in totaal misschien wel 100 medailles.”
Het succes met zijn merries stond lijnrecht tegenover dat van een van zijn zelf gefokte hengsten. “Ik had eens een mooie hengst gefokt, Bruno heette hij. Ik liet hem deelnemen aan de BWP-hengstenkeuring in Oud-Heverlee. Hij werd niet gekeurd, maar Daniël van de Sompele gaf mij het advies om hem het jaar nadien opnieuw aan te bieden vermits de hengst nog wat jeugdig was. Ik heb Bruno een jaar langer aangehouden en hem voor de tweede keer voorgesteld. Opnieuw niet gekeurd. De landbouwer die bij mij verbleef, was ook weg van hengsten. Tijdens een winteravond na de hengstenkeuring waren we onze voeten aan het warmen aan zijn Leuvense stoof. Ik zei hem ‘als ik een hengst wil, zal ik er een kopen’.”
Lees hier het ganse interview.
Tekst & foto: Jo De Roo