Ludo Philippaerts in EquiTime over zijn hart voor de fokkerij

Afbeelding
Philippaerts Ludo

In onze reeks over verdienstelijke fokkers in EquiTime komt deze keer een autoriteit uit de provincie Limburg aan bod, in het bijzonder Ludo Philippaerts. De viervoudige Olympiër heeft niet alleen voor de sport, maar ook voor de fokkerij een groot hart. “Mocht ik in de toekomst over meer vrije tijd beschikken, dan zou ik me meer toeleggen op de fokkerij. Die tijd ontbreekt vandaag wegens focus op de sport.”, vertrouwt hij ons toe.

 

Hoelang bent u actief als fokker?

“Bijna 40 jaar. Vroeger gebruikte ik ‘van Dorperheide’ als stalnaam. Sedert enkele jaren heb ik dit suffix gewijzigd naar de letter P.”

“Fokken is een job waarmee men dagelijks fulltime moet bezig zijn. Fokkers zoals Joris De Brabander, Bert Van Den Branden en Tom De Craene doen dat, met succes. We merken dat ze goede paarden fokken. Ik zou graag de draad van het intensief fokken opnieuw willen opnemen, maar de tijd ontbreekt mij. Misschien lukt dat op het moment dat mijn zonen enkele van mijn taken overnemen. In het verleden was ik heel graag met hengsten bezig. Hengsten rijden, hengstenkeuringen bijwonen en dergelijke vond ik geweldig. Ik hoop dat ik daar in de toekomst meer kan mee doen. Ik schrijf nog zelden een kandidaat-hengst in voor een hengstenkeuring. Nu toevallig heb ik tijdens de afgelopen BWP-keuring nog eens een goedgekeurde hengst, met name Jacaret FFH, een 4-jarige Big Star-zoon die Kurt Asselberghs, Stal Aerts en ikzelf hadden gekocht tijdens de Fences.”

 

Van de hengsten maken we een sprong naar de merries.

“Ik beschik over Waldperle (de moeder van H&M Legend of Love) en enkele gekwetste merries waarmee ik kweek.” Heeft u gefokt tijdens het Covid-jaar waarin er geen wedstrijden mochten plaatsvinden? “Ik mocht niet van mijn kinderen. Ik wou uit H&M Legend of Love en Katanga van het Dingeshof enkele embryo’s spoelen, maar heb het niet gedaan. Er zijn veel merries die afzien van het spoelen. Onze stal is gefocust op de sport. Als alles naar wens verloopt, zullen er dit jaar drie veulens bij ons worden geboren: één uit Waldperle, één uit Nikita en één uit een Zweedse merrie. De vaders zijn Chilli Willi en Mosito van het Hellehof. Ik heb drie zeer goede 7-jarigen, zelf gefokte nakomelingen van Chilli Willi.”

 

Heeft u op het vlak van fokkerij een droom?

“Het leven houdt op wanneer men geen dromen meer heeft. Het fokken van een Grand Prix-paard waarmee mijn kinderen kunnen presteren, is één van mijn dromen. Het is niet eenvoudig om zo’n paard te fokken. Tegenwoordig moeten de paarden een ongelooflijk goede schouder hebben want ze moeten bij manier van spreken tegen tweehonderd kilometer per uur naar de hindernis galopperen. Ze moeten vooraan zeer scherp zijn. Vroeger zei men dat de paarden veel power in de achterhand moesten hebben en dat een lang voorbeen niet zo erg was. Vandaag is het een beetje andersom. De paarden dienen een heel snel voorbeen én bloed te hebben. Voor paarden met een hangend voorbeen is het moeilijk genoeg. De lijnen staan kort en heel delicaat, hetgeen impliceert dat het paard over een zeer goede voorbeentechniek moet beschikken.”

 

Lees het volledige artikel in EquiTime april (rond 14 april in de brievenbus).

 

Tekst: Jo De Roo